18e-eeuwse
oorsprong
Landhuis
uit 1912
Duiventoren
& sterrenbos
De historische buitenplaats Remmerstein werd gesticht in de achttiende eeuw. De gronden liggen op een uitloper van de oostelijke helling van de Utrechtse Heuvelrug. Aan het einde van de 18de eeuw werd het oude huis aan de andere kant van de Oude Veensegrindweg afgebroken. Op dezelfde plaats staat nu een Duiventoren.

Het sterrenbos met de Paasheuvel en de lanenstelsels bleven behouden. Eén van de hoofdlanen loopt vanaf de plaats van het oude huis, waar thans de duiventoren staat, tegen de Paasheuvel op.
In 1912 werd een nieuw landhuis gebouwd naar ontwerp van architect S. de Clerq (1876–1962). Het landhuis ademt de invloed van de arts en craft beweging. De Clercq was een fan van architect Berlage. De Clerq wilde het ambacht van het bouwen laten spreken. Het ambacht is de schoonheid. Op elke gevel is er wel iets bijzonders te ontdekken waarbij het ambacht spreekt.

Het landhuis is midden op 18de -eeuwse laan, een zichtas, gebouwd. Naar de oostkant is het de oprit aan de westkant lijdt de laan de heuvel op het bos in. Het landhuis heeft een geknikte plattegrond met een asymmetrische indeling. De situering en plattegrond vloeien voort uit de ligging van het huis in relatie tot de omgeving.

Het huis wordt omgeven door een geometrische tuin in de nieuw architectonische tuinstijl, ontworpen door tuinarchitect D.F. Tersteeg. De terrassen zijn op het zuidoosten georiënteerd mede vanwege een zichtlijn op de Gelderse Vallei. Waarbij het gebruik heeft gemaakt van de natuurlijk hoogteverschillen van het smeltwater dal.

De tuin, het huis en haar opstallen zijn Rijksmonumenten. Het belang van het ensemble ligt met name in de eenheid tussen huis, tuin en de oudere zichtassen. Daarnaast heeft het architectuurhistorische waarde als zeldzaam voorbeeld van een goed bewaard gebleven tuin in de nieuwe architectonische tuinstijl. Ook is de tuin van belang vanwege de plaats in het oeuvre van tuinarchitect D.F. Tersteeg.
Het Bos


Het bos is een essentieel onderdeel van het landgoed. Centraal in het boscomplex ligt het ‘Sterrenbos’, dat is aangelegd in de 18e eeuw. Op het hoogste punt ligt de ‘Paasheuvel’: een kunstmatig heuveltje dat is opgeworpen bovenop het natuurlijke hoogste punt ter plaatse. De Paasheuvel ligt precies op het kruispunt van vier lanen die onderdeel zijn van het Sterrenbos. Verscholen in het Sterrenbos ligt het voormalige zwembad, dat tegenwoordig fungeert als drinkplaats voor wild.
Het rationele patroon van rechte lanen en de bosvakken (productiebos) daartussen was gebruikelijk in heidebebossingen uit de tweede helft van de 19e eeuw en komt ook elders op de Utrechtse Heuvelrug veelvuldig voor. Uit dezelfde periode dateren ook een aantal ‘slingerlanen’. Deze zijn aangelegd onder invloed van de voor die tijd gangbare landschappelijke stijl, waarmee landgoederen werden verfraaid.
Het Remmersteinse bos is opengesteld via wegen en paden en sluit aan op de overige bossen op de Utrechtse Heuvelrug. Er wordt op diverse manieren gebruikgemaakt van het bos; er ligt een dicht netwerk aan paden om onder meer te wandelen en paard te rijden.
De Tuin
Martinus Cornelis was bosbouwer, maar ook een groot rozenliefhebber. Hij had onder andere de kwekerij ‘De Duiventoren’. Zijn liefde voor rozen is in de tuin terug te zien. Ook de liefde van zijn vrouw voor het plukken van bloemen.
De Rijks monumentale tuin is ontworpen door tuinarchitect Dirk Frederik Tersteeg (1876-1942) in nauw overleg met de architect van het landhuis Samuel de Clerq. De tuin is de afgelopen 10 jaar helemaal gerestaureerd en is 1 van de top tuinen van Tersteeg

De architectonische tuinstijl is een strak, gestructureerd en aantrekkelijk vormgegeven tuinontwerp dat nauw aansluit bij de bouwstijl van het huis, waarbij huis en tuin een mooi geheel vormen. De tuin is een verlengstuk van het huis. Tersteeg wordt gezien als één van de eersten die op deze manier tuinen ontwierp begin twintigste eeuw in Nederland.
Zodra je het terras betreedt voelt het alsof je een volgende kamer betreedt, een buitenkamer, omringd door muurtje en een strakke taxushaag. Net als het huis heeft elke kamer een menselijke maat. Dit komt door een belangrijk kenmerk van deze tuinstijl, namelijk de goede samenwerking tussen de architect van het huis en de tuinarchitect. Zo ontstond er één geheel van huis en tuin. Het resultaat is een mooi en logisch geheel van huis, tuin en omgeving

De Nieuwe Architectonische Tuinstijl kenmerkt zich door gemetselde muren, pergola’s, prieeltjes, strakke hagen, trappen, vijvers met stenen randen en hoogteverschillen. Deze elementen zorgen voor duidelijke vormen in de tuin en maken dat je vanuit het huis mooi naar buiten kunt kijken. Dit zie je ook terug in de tuin van Remmerstein.
In 1912, het jaar waarin Remmerstein werd gebouwd, verscheen een boek van Gertrude Jekyll en Lawrence Weaver. Dit boek heet Gardens for small country houses en laat voorbeelden zien die lijken op de tuin van Remmerstein. Tersteeg liet zich waarschijnlijk door deze Engelse stijl inspireren. Vandaag de dag zijn de borders nog steeds geïnspireerd op de stijl van Jekyll echter wel aangepast aan het klimaat van nu. Ook andere Engelse invloeden zijn aanwijsbaar, zoals de bakstenen elementen en de terraswerking.







